Home Algemeen Geschiedenis Koningen & Keizers Leden Onderdelen Contact

Het vendelgebed

Wanneer vendeliers hun kunsten vertonen wordt vaak het zogehete vendelgebed uitgevoerd, waarbij iedere beweging een bepaalde betekenis heeft. Dit vendelgebed werd samengesteld door de heer E. Gerrits te Berlicum. Hij deed dit naar de ideeën en gedachten van de heer van Rooy, erevendelier van het Sint Jorisgilde en een der begaafdste uit de oude school van de Brabantse vendeliers. Het vendelgebed beeldt de strijd uit tussen goed en kwaad, tussen Sint Joris en de draak en het bestaat uit drie ronden:

Eerste ronde: De mens heeft aanmoediging nodig
Tweede ronde: De strijd tegen het kwaad
Derde ronde: Biddend tot God naar de zegepraal

Voordat men met het vendelgebed begint geeft de commandant de volgende commando's:

- Vendeliers, presenteer het vaandel!
- Neig het vaandel!
- Zwaai het vaandel voor God, Koningin en Vaderland!
- Tamboers roert de trom…………mars!

Eerste ronde: De mens heeft aanmoediging nodig

1. Ronddraaien boven het hoofd
Vendelzwaaier, stoere knaap, hou je kloek en sterk in de strijd, die komen gaat. Strijdt voor recht en vrijheid, doch hou je vlag onbesmet!

2. Rondgooien in de hals
Weer je echter geducht, al kost het ook je kop!
Laat zien dat je nog christelijke idealen hebt, waarvoor het waard is, de kop te wagen, als het niet anders kan!

3. Draaien om de lendenen
Geef je forsche mannenkracht, die door stevigheid van je lendenen wordt uitgedrukt!
Laat de vlag om je lendenen draaien ten teken, dat de krijgsman zijn lendenen omgordt om te strijden voor recht en vrijheid.

4. Om de knieën
Hou je leden lening, opdat ge steeds kunt knielen om Gods zegen over je strijd af te kunnen smeken! Dan zult ge altijd voor een rechtvaardige zaak durven strijden.

5. Om de enkels
Laat de vlag steeds draaien, hou ze in alle omstandigheden schoon en rein, al draait ze laag boven de grond, want het vaandel is ook symbool van onkreukbaarheid en zuiverheid.

6. Om een been
Laat de vijand proberen wat hij wil, doe je eed gestand en verdedig je tot het uiterste, want ook op 1 been kan de strijder z'n man staan, zolang hij strijden wil.

Tweede ronde: Strijd tegen het kwaad

7. Achter de rug doorgooien en onder knie doorgooien
Hoe zwaar is vijand's druk! Hoe moet ik vechten en diep teneer buigen om zijn slagen te ontgaan, haar de vlag afgeven, of laten vernederen, dat nooit!

8. Achter de rug doorhalen
Het ogenblik van de strijd is gekomen, zoals in elk mensenleven.
Eenmaal de vijand komt. De vijand zal mij van achteren aanvallen, maar met machtige slagen zal ik weren. Rustig en vast ligt de vlag in mijn handen. Zij is mij toevertrouwd en ik zal haar verdedigen, want onze vlag is het symbool van onze kracht en eenheid in de strijd tegen het kwaad.

9. Onder de knieën door
De vijand probeert mij op de knieën te krijgen! Hij wil mij en de vlag vernederen! Zou ik kleingelovige, de vlag niet kunnen beschermen?

10. Onder de knie
Maar laat de vijand maar strijden! Ik tart hem! Mijn jonge lichaam is gehard; mijn kracht is groot! Ik zal hem dit tonen, want ook zonder mijn handen weet ik mijn vlag te verdedigen!

Derde ronde: Door gebed naar de zegepraal

11. Op alle twee de armen over het hoofd gooien
Mijn vlag, mij eer, hoe moet ik vechten om mij te verdedigen? Wat zal het einde zijn? Mijn krachten raken uitgeput en de vijand laat niet af

12. Overspringen
De vijand probeert mij de vlag af te nemen, nu hij mij niet kan overwinnen. Maar dat zal niet gaan: ik zal zijn tussen de vlag en hem, tussen het goede en het kwade en de vlag zal blijven draaien.

13. De vlag wordt opgerold
De strijd is gestreden, het werk is gedaan, de zege is ons.

 

Bron:

- Alem, H. van, e.a., (1983), De Gouden Guld 1933-1983, Kring van Schuttersgilden “Land van Cuijk” , Uitgeverij van Spijk b.v., Venlo (p. 618)

 

 
Copyright 2004, Theun de Bruijn ^_^b