Home Algemeen Geschiedenis Koningen & Keizers Leden Onderdelen Contact

De oorsprong van het vendelen

Geruime tijd hebben we hier in ons land te maken gehad met invloeden vanuit Spanje. Zo werd de in 1500 geboren Karen van Habsburg in 1515 ingehuldigd als heer van de Nederlanden. In 1516 volgde hij vervolgens zijn grootvader op als koning van Spanje, waardoor hij tevens in het bezit kwam van de Spaanse koloniën in Noord- en Zuid-Amerika. In 1519 volgde hij zijn andere grootvader op als keizer van het Duitse Rijk. Karel V werd hiermee de vorst van een rijk waar de zon nooit onderging. Karel V was de vorst die erin slaagde alle Nederlandse gewesten in handen te krijgen en de Nederlanden tot een eenheid samen te smeden. Onder Karel V lijkt er een gevoel van saamhorigheid gegroeid te zijn. In elk geval kregen deze gewesten toen de naam Nederlanden en werd de taal benoemd als Nederlands. In 1555 deed Karel V afstand van de regering over de Nederlanden en zijn zoon Philips II volgde hem op. Deze Philips II werd in 1556 ook Koning van Spanje en hij bleef dit tot 1598.
Reeds vanaf het begin van de 16e eeuw was de Spaanse militaire invloed in onze gewesten zeer groot en dit werd nog veel groter bij de komst van de Spaanse veldheer, de hertog van Alva, in 1567. In de zomer van 1566 vernielden de protestanten in West-Vlaanderen de heiligenbeelden in de katholieke kerken en dit voorbeeld werd op tal van plaatsen nagevolgd. Philips II, op de hoogte gesteld van de woelingen in de Nederlanden, besloot tot keiharde aanpak. Hij stuurde een betrouwbare generaal, de hertog van Alva, samen met een voor die tijd zeer groot leger van 10.000 van de beste Italiaanse en Spaanse huurtroepen, naar de Nederlanden.


Dit alles had tot gevolg dat de in de Nederlanden aanwezige gilden het kleurrijke vendelspel overnamen van de “alfiéri” uit Italië, of “alferez” uit Spanje. In beide landen werd dit spel toen druk beoefend en tot een hoog peil bedreven. In Italië dateert de eerste oorsprong reeds uit de Romeinse keizertijd (ca. 300) en het wordt daar nog steeds beoefend.
Ons huidige vendelzwaaien is dus van militaire oorsprong en onderhevig aan militaire regels en gebruiken. Deze gebruiken werden door de kerkelijk georiënteerde gilden nog verrijkt met kerkelijke gebruiken en privileges. In de bloeitijd van de riddertijd, die eeuwen voorafging aan de Spaanse periode, brachten de ridders de tot op heden nog streng doorgevoerde regels van “bannistiek” (vlaggenkunde) en “heraldiek” (wapenkunde). Daarbij zijn onuitwisbare sporen achtergelaten, niet alleen op het vaandelgebruik maar vooral ook op de afbeeldingen op huidige vanen. Daaraan hebben de gilden hun kerkelijke emblemen toegevoegd.

 

Bron:

- Beliën, H. & Hoogstraten, M. van, (1998), De Nederlandse geschiedenis in een notendop, Prometheus, Amsterdam (p. 38-45)

- Alem, H. van, e.a., (1983), De Gouden Guld 1933-1983, Kring van Schuttersgilden “Land van Cuijk” , Uitgeverij van Spijk b.v., Venlo (p. 605-606)

 

 
Copyright 2004, Theun de Bruijn ^_^b