Home Algemeen Geschiedenis Koningen & Keizers Leden Onderdelen Contact

Wedstrijden

Individueel vendelen

Bij het individueel vendelen op wedstrijden bestaat er een aantal klassen waarin kan worden gevendeld. Dit zijn de volgende klassen:

•  De C-Klasse : Hierin zijn ingedeeld de beginners en de nog niet gepromoveerden. Als minimumleeftijd geldt de leeftijd van 16 jaar. Dit geldt voor die vendeliers die vóór 1 januari van het lopende kalenderjaar waarin zij optreden 16 jaar geworden zijn. Bij wedstrijdvendelen mag in deze klasse uitsluitend klassiek gevendeld worden, dus geen acrobatiek. De vendeltijd bedraagt in deze klasse 8 minuten en deelnemers beschikken over een groene legitimatiekaart.

•  De B-Klasse : Hierin komen alle vendeliers na promotie uit de C-Klasse. In deze klasse bedraagt de vendeltijd bij wedstrijden net als in de C-Klasse 8 minuten. Het verschil is echter dat eerst 4 minuten klassiek moet worden gevendeld en daarna 4 minuten acrobatiek. De deelnemers uit deze klasse beschikken over een gele legitimatiekaart.

•  De A-Klasse : In deze klasse worden de deelnemers ondergebracht na promotie uit de B-Klasse. De vendeltijd in deze klasse bedraagt 10 minuten, waarvan eerst 5 minuten klassen en vervolgens 5 minuten acrobatiek wordt gevendeld. Deelnemers uit deze klasse beschikken over een oranje legitimatiekaart.

•  De V-Klasse (De vaandelklasse) : In deze vendelklasse bedraagt de vendeltijd 8 minuten waarvan eerst 4 minuten klassiek en dan 4 minuten acrobatiek wordt gevendeld. Een vendelier uit de B-Klasse of de A-Klasse kan bij het bereiken van de 35 jarige leeftijd op eigen verzoek bevorderd worden tot de Vaandelklasse. Bij het bereiken van de 40 jarige leeftijd wordt hij automatisch door de Kringvendelleider bevorderd. Een vendelier uit de C-Klasse kan bij het bereiken van de 40 jarige leeftijd op eigen verzoek promoveren naar de Vaandelklasse. Bij voldoende deelname kan binnen de vaandelklasse onderscheidt worden gemaakt tussen vendeliers van 35 tot 54 jaar en vendeliers van 55 en ouder. De deelnemers uit de vaandelklasse beschikken allemaal over een witte legitimatiekaart.

•  De Jeugdklasse : In deze klasse zitten alle vendeliers die in het lopende kalenderjaar 16 jaar zullen worden of jonger zijn. In de jeugdklasse wordt uitsluitend klassiek gevendeld en de vendeltijd is 5 minuten. De deelnemers uit deze klasse hebben een groene C kaart, met vermelding: “Jeugd”. Wanneer de deelnemers uit deze klasse vóór 1 januari van het lopende kalenderjaar 16 jaar geworden zijn, dan mogen ze over naar de C-Klasse. Als minimumleeftijd voor het vendelen geldt in principe die leeftijd waarbij de junior het jeugdvendel kan hanteren. De jeugdvendelier mag ook een groot vendel gebruiken. Naast de jeugdklasse t/m 16 jaar bestaat er ook een jeugdklasse t/m 13 jaar.

De aangegeven vendeltijden zijn bepalend voor de beoordeling. De tijd vangt aan bij de eerste slag van de reeks en eindigt pas na het oprollen van het vendel en groet. De beoordeling geschiedt gedurende de hele reeks van de vendelier.

Groepsvendelen

Naast het individueel vendelen kan men ook in een groep deelnemen aan vendelwedstrijden. Een vendelgroep bestaat minstens uit 4 vendeliers van hetzelfde gilde. Het betreft hier de groepen van de senioren (boven de 16 jaar). Bij het groepsvendelen wordt geen indeling gemaakt naar klasse prestatie. Groepen zijn geheel vrij naar eigen opvatting te vendelen en ook is men niet aan tijd gebonden. Het gelijkmatig vendelen van de hele groep is al een prestatie op zichzelf. Een vendelier mag slechts aan één groep deelnemen en in groepen van senioren mag uitsluitend met grote vendels (180x180 cm) worden gevendeld.
De jeugdgroep moet minstens uit 3 personen uit hetzelfde gilde bestaan en ook deze groep is vrij naar eigen opvatting te vendelen. In jeugdgroepen mag uitsluitend gevendeld worden met jeugdvendels (140x140 cm).
Bij het groepsvendelen is het de bedoeling zoveel mogelijk klassiek staande te vendelen. Acrobatiek bemoeilijkt namelijk de uitvoering en verzwaard de oefening. Bovendien worden er géén extra punten gegeven voor acrobatiek. Qua vendeltijd zijn de richtlijnen voor het groepsvendelen voor senioren gesteld op ongeveer 10 minuten en voor jeugdgroepen ongeveer 5 minuten.

Beoordeling bij wedstrijden

Bij het wedstrijdvendelen zijn er een aantal zaken waar door de jury op wordt gelet bij het vendelen. Per groep of individuele deelnemer bepalen twee juryleden de uitslag van de wedstrijd. Deze twee juryleden jureren afzonderlijk en het gemiddelde aantal punten van beiden bepaald de uiteindelijke uitslag. Voor de C-Klasse en de Jeugdklasse gelden de eerste 5 hieronder gegeven punten waar op wordt gelet. Bij de A-Klasse, de B-Klasse en de Vaandelklasse wordt gelet op de eerste 7 hieronder gegeven punten. Bij het groepsvendelen tenslotte wordt gelet op de eerste 5 genoemde punten plus het 8 e punt. De punten waarop gelet wordt zijn de volgende:

1. Opkomst, groet en oprollen, afmarcheren
Het gaat hierbij om de algemene indruk die men krijgt wat betreft het netjes aankomen marcheren van de vendelier bij opkomst voor de jury. Het gaat erom of de vendelier de groet wel of niet brengt, of hij deze behoorlijk of slordig brengt en of hij deze vóór de wedstrijd brengt. Hetzelfde geldt voor het oprollen als de serie na het vendelen is afgesloten. Na de slotoefening rolt de vendelier zijn vendel op en er wordt gekeken of dit regelmatig en goed gebeurt. Is het geheel opgerold, dan marcheert de vendelier naar zijn plaats en verlaat hij dus de jury. Dit behoort netjes te zijn en onverschilligheid hierbij kan ook tot puntenverlies leiden. Ook hierbij gaat het voornamelijk op de algemene indruk van de vendelier.
Het opkomen en afmarcheren voor en na de wedstrijd behoort geüniformeerd te geschieden en dus volledig met hoofddeksel op. Bij individuele wedstrijden mag het hoofddeksel naast de vendelier op de grond gelegd worden. Dit mag echter pas wanneer de vendelier het vendel gepresenteerd heeft. Is de vendelier klaar met de oefening, dan mag het hoofddeksel weer opgezet worden en pas daarna moet het vendel worden gepresenteerd.

2. Lichaamshouding
Hierbij wordt door de jury gelet op de stand van de vendelier. Belangrijk hierbij is de goede stand van de voeten, kleine spreidstand en een rechte houding van het lichaam bij het klassieke vendelen. Het hoofd moet men recht houden en men kijkt dus recht vooruit. De hand die niet bij de stok is moet op de heup geplaatst zijn. De vendeliers moeten bovendien op hun plaats blijven staan en mogen dus niet gaan “wandelen”. Bij vrije en moeilijke oefeningen (ook bij acrobatiek) moet men de houding bepalen aan de hand van de oefeningen zelf. Voor alles geldt dat de gehele houding van de vendelier zeer rustig moet zijn. Het lichaam moet niet wringen of draaien, dit vermoeit namelijk en maakt de oefening niet sierlijk.

3. Vrij van grond en lichaam
Hierbij let men erop dat het vendel de grond niet raakt en de wind speelt hierbij dikwijls een rol. Dit kan gebeuren door eigen schuld van de vendelier, door onevenwichtige oefeningen, door slordigheid of door gebrek aan techniek. Ook mag het vendeldoek het lichaam niet raken of strijken en mag het dus ook niet met de hand worden aangeraakt. Het grijpen van het doek bij een dubbelgeslagen vendel en dergelijke is niet toegestaan. Het doek moet tijdens het zwaaien weer vanzelf van de stok geheel gaan uitwaaien. Het is bij dit alles van belang dat het vendel niet kan losraken of opschuiven op de stok.
Wanneer men bij het individuele vendelen het vendel laat vallen, dan komt het gehele puntental te vervallen en wordt de vendelier uitgeschakeld. Wanneer bij groepsvendelen een vendelier zijn vendel laat vallen wordt de hele groep uitgeschakeld en komt ook het puntental te vervallen. De groep mag echter wel hun oefening afmaken bij wijze van demonstratie. Bij dit punt gaat het dus vooral om de reinheid van het vendel.

4. Gelijkmatig vendelen
Het ritme is hierbij het belangrijkste en hieronder verstaat men het regelmatig en rustig in gelijk tempo vendelen. De vendelier zal zelf rustig moeten beginnen en ook rustig moeten afsluiten om rustig te kunnen vendelen. De oefeningen moeten in hetzelfde tempo gevendeld worden. Het vendel moet bovendien “gedragen” gezwaaid worden. Het steeds in gelijk tempo vendelen is een vereiste en is van groot belang bij zowel klassiek als acrobatiek vendelen.

5. Opbouw en afwerken figuren; rechts en links gelijk
Het systeem van het vendelen ligt in de opbouw van de figurenreeksen en de afwerking daarvan. Meestal wordt boven het hoofd begonnen en vervolgens wordt geleidelijk afgedaald tot aan de enkels en het overstappen met de benen. Elk figuur zal zowel rechts als links moeten worden gemaakt en wel tweemaal. Het is de bedoeling om de volgorde niet door elkaar te halen, want dat is onlogisch. Het niet logisch vendelen geeft aanleiding tot puntenvermindering. Men let erop dat de figuren in de reeks goed worden afgewerkt met een wending voor of langs het lichaam of met een bovenzwaai boven het hoofd, al of niet met twee handen. Vervolgens let men erop of direct dezelfde figuur met de andere hand gemaakt wordt, of wordt begonnen met de volgende figuur.
Ook elke acrobatische oefening moet rechts en links gedaan worden en ook tweemaal. Slechts eenmaal of rechts of links gemaakte figuren geven aanleiding tot puntenvermindering.

6. Prestaties voor klassiek vendelen
Bij het klassiek vendelen moet men vendelzwaaien in staande houding, men moet staande de figuren kunnen maken. Het klassiek vendelen is de grondslag van het vendelen. Iedere vendelier moet het beheersen om uit de C-Klasse te kunnen promoveren. Maar ook in de hogere klassen is het niet te verwaarlozen, het moet tot in de perfectie uitgevoerd worden.
Bij de klassen A, B en de Vaandelklasse wordt de vendeltijd duidelijk in tweeën gesplitst en bij die klassen wordt er voor dit onderdeel een apart punt gegeven.

7. Prestaties van acrobatiek vendelen
Bij dit punt let men op de betekenis van de woorden “acrobatiek” en “prestatie”. Er wordt op gelet of er slagen worden gebracht waar een grote lichamelijke behendigheid voor nodig is (acrobatisch) en of dit goed en sierlijk gebeurd (prestatie). De vendelier zal knielend, zittend of liggend figuren moeten maken. Hierbij behoren ook uitzonderlijke figuren zoals voor- en achterover rollen over vendel, werpen en moeilijke of sierlijke slagen. Belangrijk is dat alles tweemaal rechts en links in logische volgorde wordt uitgevoerd. Wat ook belangrijk is dat alle bewegingen soepel verlopen en dat het vendel normaal blijft doordraaien. De acrobatische figuren mogen ook zelfgemaakte figuren zijn, als het maar bijzondere prestaties zijn die sierlijk worden uitgevoerd. Naarmate de vendelier moeilijkere slagen maakt wordt voor dit onderdeel een hoger punt gegeven.

8. Gezamenlijk gelijk draaien
Dit punt vormt samen met de eerste 5 punten de beoordeling bij het groepsvendelen. De bedoeling van het groepsvendelen is niet alleen dat een aantal vendeliers eenzelfde serie oefeningen maakt, maar ook en zelfs vooral dat ze bij de slagen precies gelijk blijven. Zijn een of meer vendeliers een gedeelte van een slag (of meer), voor of achter, dan geeft dit telkens aanleiding tot puntenvermindering bij dit onderdeel.

 

Bron:

- Noord-Brabantse Federatie van Schuttersgilden, (1989), Vendelregelement, hernieuwde uitgave 1989 , (p. 7-8/16-18)

 

 
Copyright 2004, Theun de Bruijn ^_^b