Home Algemeen Geschiedenis Koningen & Keizers Leden Onderdelen Contact

Het huishoudelijk reglement

"DE CAERT"

Huishoudelijk Reglement van het St. Anthonius & St. Nicolaasgilde Groeningen

Wie kan er lid of aspirant-lid worden?

  1. Alle mannelijke personen die woonachtig zijn in Groeningen of directe omgeving en die voor aanvang van de jaarvergadering de leeftijd van 18 jaar bereikt hebben, een christelijk geloof hebben en van onbesproken gedrag zijn kunnen lid worden.
  2. De nieuwe leden worden aangenomen op de algemene jaarvergadering. Het inleggeld bedraagt 5 euro. Zij die door een bijzondere reden afwezig zijn, kunnen dit schriftelijk aan het bestuur voor de aanvang van de vergadering kenbaar maken.
  3. Aspirant-leden:
    - Jeugdleden die voor aanvang van de jaarvergadering de leeftijd van 18 jaar nog niet bereikt hebben en wel actief zijn binnen het gilde. Minimale leeftijd is 9 jaar.
    - Vrouwelijke leden die voor aanvang van de jaarvergadering de leeftijd van 18 jaar bereikt hebben. Mannelijke aspirant-leden worden automatisch lid op 18-jarige leeftijd. Vrouwelijke aspirant-leden kunnen geen lid worden, maar blijven aspirant-lid op 18-jarige leeftijd. Het is voor vrouwelijke aspirant-leden (van 18 jaar en ouder) niet verplicht om een functie (tamboer, schutter, vendelier) te vervullen binnen het gilde.
  4. Met Pinksteren wordt de contributie (lidmaatschap) of onkostenvergoeding (aspirant lidmaatschap) betaald.
  5. Bij verhuizing naar elders, kan men indien men reeds lid is, lid blijven.
  6. De nieuwe leden worden gekozen door de leden en bestuur door schriftelijke stemming. Men wordt als lid gekozen, wanneer men minimaal de helft + een van het aantal uitgebrachte stemmen heeft behaald. Kandidaat-leden en aspirant-leden stemmen niet mee.

Het bestuur/de overheid

  1. Het bestuur van het gilde bestaat uit: Hoofdman, 1e Deken, 2e Deken, Dekens, Toegevoegd deken, Commandant, 1e Gildtmeester, 2e Gildtmeester, Koning en eventueel Keizer.
  2. Het bestuur wordt gekozen door de leden met de meerderheid van stemmen (de helft van het aantal uitgebrachte stemmen plus een) Wordt dat aantal niet gehaald, dan volgt een herstemming. Als bij herstemming de meerderheid niet behaald wordt, moet nogmaals gestemd worden en is hij gekozen, die de meeste stemmen verwierf. Bij staking van stemmen beslist het lot.
  3. Het bestuur treedt om de 4 jaar in volgorde af, met dien verstande dat 1e en 2e deken niet gelijktijdig kunnen aftreden. Diegene die aftreedt, kan zich herkiesbaar stellen. Wanneer er geen tegenkandidaten zijn, wordt hij weer voor 4 jaar herkozen bij acclamatie. Bij tegenkandidaten geldt hetzelfde als bij punt 2.
  4. De bestuursfuncties worden onderling verdeeld binnen het bestuur.
  5. De stemmingen dienen schriftelijk te geschieden, tenzij de vergadering dit anders wenst.
  6. Het bestuur kan royeren: eenieder die zich niet ordelijk gedraagt tot nadeel van het gilde, eenieder die de toevertrouwde goederen van het gilde verwaarloost of moedwillig vernield. Wanneer een lid geroyeerd wordt, geldt dit voor de rest van zijn leven.
  7. Besluiten kunnen op de vergadering worden genomen bij aanwezigheid van minimaal 3 bestuursleden.
  8. Bij zaken, waarbij het bestuur het raadzaam vindt om alle leden te raadplegen, wordt een algemene ledenvergadering bij elkaar geroepen.

Functies van het bestuur/de overheid

Hoofdman:
Voorzitter van alle vergaderingen gezamenlijk met andere bestuursleden, bij afwezigheid wordt hij vervangen door een ander bestuurslid. Hij is vertegenwoordiger van het gilde naar buiten bij activiteiten en bijzondere evenementen.

1e Deken:
Secretaris. Het bijhouden van notulen, ledenregister, schriftelijke communicatie binnen en buiten de kring. Het bijeen roepen van vergaderingen en oproepen tot activiteiten en bijzondere evenementen, het bijwonen van de algemene jaarvergadering van de kring.

2e Deken:
Penningmeester. Het bijhouden van de financiën in alle opzichten.

Dekens:
Binnen het gilde kennen we twee dekens. Geen speciale functie. Alle bestuursleden helpen bij het uitvoeren van hun functies.

Toegevoegd deken:
De toegevoegd deken moet met name de eerste Deken helpen in het uitvoeren van zijn functie. Hiernaast heeft de toegevoegd deken dezelfde functie als de andere dekens, welke is het helpen bij alle bestuursleden bij het uitvoeren van hun functies. De toegevoegd deken heeft geen stemrecht.

Commandant:
Alle bestuursleden helpen bij hun functies en het hele gilde bij activeiten ordelijk commanderen en op tijd laten vertrekken. Daarnaast heeft hij verder te zorgen voor de netheden en de ordelijkheid bij elke presentatie en voor de orde op het schietterrein.

1e en 2e Gildtmeester:
Deze hebben twee jaar zitting in het bestuur en de twee jaar overlappen elkaar. Ze hebben de zorg over het gildezilver en houden tevens een archief bij. Dit archief zal bijvoorbeeld bestaan uit in- en uitgaande brieven van het gilde, krantenknipsels over Groeningen en foto's betreffende ons gilde en andere zaken die zij van belang vinden. Tevens zullen zij de tentoonstellingen mede verzorgen tijdens de gildedagen, maar ze kunnen daarbij ook andere gildenbroeders inschakelen.

Het teren

Het gilde kent drie teermomenten:

- Zondag voor de kopkesmaandag na de H. mis (St. Tunnis);
- Na het verschieten van het koningsschap op 1e pinksterdag;
- Na de H. Mis op 2e pinksterdag.

Het teren met Pinksteren is alleen bestemd voor die leden, welke hun teergeld voor het verschieten van het koningschap hebben betaald.
Er wordt op 2e pinksterdag pas begonnen met tappen, wanneer het laatste niet-geuniformeerde lid binnen is van het opruimen naar aanleiding van de H. Mis.
Het teren op de zondag voor kopkesmaandag is bestemd voor alle leden, welke 18 jaar zijn of ouder.
Op kopkesmaandag (17 januari of eerste maandag hierna) wordt er een koffietafel gegeven voor het bestuur van het gilde, afgevaardigden van het kapelbestuur, de koster en de pastoor(s) en alle partners van deze bestuursleden. Op zondag voor de kopkesmaandag is er de jaarlijkse St. Tunnisviering met een gratis ontbijtbuffet voor alle leden en aspirant-leden.
Het teren op de 1e en 2e pinksterdag: door het bestuur wordt de prijs van het teergeld vastgesteld. Door het gilde wordt bier gekocht ('n ton/vat) en men kan zolang bier drinken tot de bel luidt. Het tappen en spoelen gebeurt door twee leden in uniform.
Op 1e pinksterdag na het koningschieten en op 2e pinksterdag na de H. Mis. Wanneer een lid zich tijdens, voor of na het teren niet gedraagt op aanwijzing van het bestuur, kan hij het gildenhuis ontzegd worden. Het teergeld wordt eenmaal per jaar geïnd op de 1e pinksterdag.

Het schieten om het koningschap

Op 1e en 2e pinksterdag trekken de tamboers om 07.00 uur door het dorp (reveille). Op 1e pinksterdag gaat men hierna een consumptie nuttigen bij de oude koning en op 2e pinksterdag doet men dit bij de nieuwe koning.
Het vogelschieten heeft plaats op 1e pinksterdag 's middags rond 17.00 uur.
Men komt op vastgestelde tijd bij elkaar in het gildenhuis. Diegene die aan het koningschieten mee willen doen, moeten de contributie betaalt hebben, tevens moeten zij ook deelnemen aan het teren. Hierna kan men loten om de volgorde van het schieten.
Daarna vertrekt het hele gilde in optocht langs de kapel naar het oude schietterrein aan de Voortweg. De koningsvogels worden meegevoerd. Hier wordt door alle geüniformeerde leden boven de 18 jaar traditioneel een schot gelost op de geplaatste vogel. Het eerste schot wordt gelost door de pastoor, daarna de burgemeester of diens plaatsvervanger, hoofdman of ereleden, de koning, indien aanwezig binnen het gilde de keizer, gevolgd door de overige geüniformeerde leden van het gilde.
Hierna wordt vertrokken naar de "Lemse Kuul". Daar aangekomen trekt men een ronde om de schutsboom, hierna plaatst men de vogels op de schutsboom en wordt het eerste schot gelost door de pastoor, daarna door de burgemeester of diens plaatsvervanger, daarna de hoofdman, eventuele erehoofdman of ereleden, als laatste de aftredend koning. Na het lossen van deze schoten wordt het koningszilver aan de schutsboom gehangen waarop de koningsvogel geplaatst is. Vervolgens wordt er geschoten naar vaststelling van de loting onder leiding van het bestuur. Alles volgens algemeen schietreglement.
Koning is hij die het laatste stukje van de vogel af schiet van de spil, waardoor de vogel volledig vrijkomt van de spil. Dit geld ook wanneer de spil doorgeschoten wordt. De houten vogel moet er helemaal af zijn; dit naar oordeel van het bestuur. Aan de schutter voor en na de nieuw-geschoten koning wordt een envelop overhandigd.
De koning kiest zelf zijn koningsknecht.

Taken koningsknecht:
Tijdens het inhalen van de koningin wordt de koningsknecht met het koningszilver omhangen en trekt samen met het gilde naar de plek waar de nieuwe koningin wordt ingehaald. Hier aangekomen wordt door hem het koningszilver omgehangen bij de nieuwe koningin.
De koningsknecht staat altijd ten dienste van de koning en bij het koninginnebal is hij bediende van de koningspaartafel.

Wie drie achtereen volgende jaren de vogel afschiet is keizer en blijft dit tot er weer een ander het keizerschap verwerft.
De prijsvogel wordt geschoten na het koningschieten. Aan het prijsvogelschieten mogen ook gildenbroeders deelnemen die niet aan het koningschieten hebben meegedaan. Voor alle deelnemers is het inleggeld een euro, de opbrengst is voor diegene die de prijsvogel afschiet. Wanneer alle wedstrijden zijn afgelopen, vindt na het omhangen van het koningszilver bij de nieuwe koning door de overheid, het intreden in het gilde onder tromgeroffel plaats door koning en jeugdkoning(in) door overschrijding van het hoofdvaandel. Hierna trekt het gilde, met in hun midden de nieuwe koning, langs de kapel, waar enkele schoten gelost worden. Van daaruit trekt het gilde naar het gildenhuis waar de nieuwe koning een vendel- en tromhulde wordt gebracht. Hierna wordt de erewijn geschonken. Daarna teren en gezellig samenzijn in het gildenhuis.
Op 2e pinksterdag is er om 10.30 uur een gildemis (indien mogelijk in de open lucht) Onder de H. Mis zal er geofferd worden op de gildetrom, elke gildenbroeder is dit verplicht met uitzondering van de wapendragers, hoofdvaandeldrager en de vendeliers. Onder de H. Mis wordt de vendelgroet gebracht. Aan het einde van de H. Mis vindt de eed van trouw plaats, door overvendelen van de nieuwe koning, jeugdkoning(in) en de geestelijke en wereldlijke overheid. Na de H. Mis is het teren voor de gildenbroeders in het gildenhuis.
Om 18.30 uur is het koningin inhalen. Eerst wordt de jeugdkoning(in) ingehaald, daarna de koningin. Bij het gildenhuis wordt aan de koningsparen een vendel- en tromhulde gebracht, hierna wordt de erewijn geschonken. Hierna zal de koning de aanwezige jeugd trakteren, daarna wordt er een begin gemaakt met het koninginnebal.

Het koningschap

  1. De koning moet ten alle tijden met koningin en hofdames beschikbaar zijn voor het gilde als dit wenselijk is namens het bestuur.
  2. De koning is verplicht een koningin te hebben en twee hofdames, toegevoegd door bestuur in overleg met de nieuwe koning.
  3. Tijdens het dragen van het koningszilver is de koning verantwoordelijk hiervoor.
  4. Met het koninginnebal geeft het gilde en de koning ieder twee flessen wijn aan de bestuurstafel. Voor diegene die geen wijn drinken zijn de kosten van die consumpties voor rekening van de koning zolang de eerste vier flessen nog niet leeg zijn. Daarna wordt aan deze tafel uitgelegd.
  5. De koning zorgt voor de vogel voor het volgend jaar en moet daarmee op tijd aanwezig zijn. De vogel is onderworpen aan het oordeel van het bestuur.
  6. Hij die zich koning schiet is vrij van teren zolang hij koning is.
  7. Hij is verplicht een zilveren schild te hangen alles in overleg met het bestuur, welke door het gilde wordt bekostigd tot een bepaald bedrag. Het extra graveerwerk van bijvoorbeeld eigen embleem en tekst komen voor rekening van de koning.
  8. De koning heeft zitting in het bestuur en heeft dezelfde rechten als overige bestuursleden behoudens stemrecht.
  9. Bij afwezigheid van de koning wordt deze waargenomen, door de voorafgaande koning. Is ook deze niet aanwezig, dan door een gildenbroeder, welke voorafgaande aan laatstgenoemde koning is geweest. Een gildenbroeder welke zich nooit tot koning heeft geschoten, mag en kan het koningszilver niet dragen bij afwezigheid van de koning. Zonder koning trekt het gilde niet.

Het keizerschap

  1. Wie drie achtereen volgende jaren de vogel afschiet is keizer en blijft dit tot er weer een ander het keizerschap verwerft.
  2. Hij mag niet meer op de vogel schieten, voordat er weer een dubbele koning is.
  3. Wanneer er een dubbele koning is, mag hij zich verdedigen met een geweer voor zich alleen. Ook wordt hem een laadmeester toegevoegd.
  4. De keizer mag en kan schieten op de koningsvogel, wanneer en waar hij wil; dit echter alleen wanneer het geweer waarmee geschoten wordt door de overige schutters niet geladen is.
  5. De keizer heeft vrij teren en is tevens toegevoegd bestuurslid zonder stemrecht in het bestuur.
  6. Hij is verplicht binnen een jaar een keizerster te dragen bij elk optreden naar buiten.
  7. Wanneer hij het keizerschap verliest, is hij verplicht deze ster te hangen of te laten hangen aan de ketting bij de overige keizerschilden.

De opstelling van het gilde

  1. Standaardruiter + standaard
  2. Schilddrager met naambord
  3. Tamboer-maître
  4. Tamboers
  5. Tamboer met gildetrom
  6. Hoofd vaandeldrager
  7. Patroonheilige
  8. Zilverdragers met in hun midden de jeugdkoning en jeugdkoningin
  9. Koning, koningin en hofdames
  10. Hellebaard-dragers/oud koningszilver-dragers
  11. Bestuurs- en ereleden
  12. Gildebroeders
  13. Gildebroeders met geweren
  14. Vendeliers

De commandant begeeft zich links terzijde van de stoet ter hoogte van het koningspaar om op deze manier de orde binnen het gilde te kunnen overzien en te regelen. Alle deelnemers dienen zich ordelijk en gedisciplineerd te gedragen.

Kerkelijke diensten

Jaarlijks worden er drie H. Missen opgedragen:

  1. Op zondag voor kopkesmaandag een gezongen H. Mis voor alle overleden en levende gildenbroeders, met in het bijzonder voor hen die afgelopen jaar zijn overleden.
  2. Op kopkesmaandag, de 17e januari of de eerste maandag na de 17e januari, een (Latijns) gezongen H. Mis voor alle levende en overleden gildenbroeders.
  3. Op 2e pinksterdag voor alle levende en overleden gildenbroeders.

De gildenbroeders zijn verplicht om bij deze diensten te offeren op de gildetrom. Bij het betreden van de kapel of kerk houden alle gildenbroeders hun hoofddeksel op. Het gilde is verplicht deel te nemen aan alle parochiële en kerkelijke plechtigheden, als dit van geestelijke zijde verlangt wordt.

Begrafenis

Ieder lid is verplicht, als het enigszins mogelijk is, achter het omfloerst vaandel te lopen om de overleden gildenbroeder naar zijn/haar laatste rustplaats te brengen. Alle leden komen na hun overlijden gratis op het zielboek.
Het bestuur neemt contact op met de nabestaanden om samen met hen de wensen rondom de begrafenis of crematie door te spreken.
Eventueel kan door de nabestaanden de keuze worden gemaakt of de overledene met gilde-eer begraven of gecremeerd zal worden, of met slechts de aanwezigheid van het hoofdvaandel tijdens de uitvaartmis.

Bezittingen

Het bestuur is verantwoordelijk voor het beheren van de gildebezittingen, zij dienen zorg te dragen voor een verantwoorde en veilige opberging al of niet met behulp van leden.
De bezittingen van het gilde zijn:

  1. Standaard
  2. Naambord
  3. Tamboer-maîtrestok(2)
  4. Muziektrommen
  5. Hoofdvaandel(3)
  6. Gildetrom
  7. Vesten met prijzenzilver (6)
  8. Ketting met koningszilver
  9. Keizerszilver
  10. Bestuursschilden (voor de hoofdman, de 1e deken, de 2e deken, de 2 dekens, de gildmeester en de toegevoegd deken (deze laatste is een blanco schild, zonder inscriptie van de functie))
  11. Kroon (2)
  12. Dekenstokken (2)
  13. Geweren (6)
  14. Vendelstokken (6)
  15. Sabels (3)
  16. Sjerp (geel)
  17. Hellebaarden (3)
  18. Kruisbogen (4)
  19. Kruisboogbanen (4)

Verder nog: een leren kruitzak, versierselen van vroegere kapitein (bandenpluimen), eikenhouten kistje, oude boeken, kopie gildebrieven, 't Reeckenboeck, zielenboek, de kaart van de grond waar de oude schutsboom op staat en de grond op en bij de "Lemse Kuul."

Verdere bepalingen

Jubileum

Het gilde verstaat onder een jubilaris:
Een gildebroeder of aspirant-lid, welke gedurende een bepaalde periode een bepaalde functie bij het gilde heeft uitgevoerd. Men spreekt over een jubileum wanneer deze periode 25, 40, 50, 60, 65, 70, 75, 80 jaar onafgebroken is geweest.
Wanneer een gildebroeder 50 jaar lid is geweest heeft hij zijn verdere lidmaatschap recht op gratis teren.

Ledenvergadering

De algemene ledenvergadering wordt gehouden op het einde van het jaar of de eerste week van januari. Bij de algemene vergadering wordt de contributie voor het komende jaar vastgesteld, dat voor en met Pinksteren wordt geïnd, dit kan zowel per bank als contant.
De behaalde schilden (prijzen) namens het gilde, komen geheel toe aan het gilde. Individuele schilden (prijzen) zijn voor hen zelf, maar men kan deze schilden ook overdragen aan het gilde, zodat ze ten alle tijden bewaard blijven in het gildenarchief. Ook bestaat de mogelijkheden om de individuele schilden te dragen wanneer het gilde uit trekt.
De kosten van het schieten op gildedagen zijn voor rekening van het gilde.
Voor de schutters die 's middags naar een bekerconcours gaan, wordt door het gilde 50 patronen beschikbaar gesteld, dus niet voor hun vrouwen of partners.
Elke vier jaar, kan bij een volstrekte meerderheid van stemmen het gildenhuis verplaatst worden, mits dit voldoet aan de door het bestuur gestelde voorwaarden.
Elk jaar op de algemene jaarvergadering kan het huishoudelijk reglement met goedkeuring van de leden worden aangevuld of aangepast.

Ereleden

De gildenbroeder, die volgens het bestuur een bijzondere waarde voor het gilde heeft vertegenwoordigd tijdens zijn lidmaatschap, kan door het bestuur voor zijn inzet worden voorgedragen als erelid van het St. Anthonius & St. Nicolaasgilde. Tijdens de algemene vergadering worden zij voorgedragen en bij meerderheid van stemmen tot erelid benoemd. Een gewoon lid kan tevens erelid zijn, de verplichtingen als gewoon lid blijven onverminderd op hem rusten. Een erelid is bovendien vrij van het betalen van teergeld .

Beëindiging lidmaatschap

Het lidmaatschap eindigt:
a- door de dood van het lid
b- door opzegging door het lid
c- door opzegging door het gilde
d- door uitzetting door het gilde

Slotbepaling

Als in deze "Caert" niet alle reglementen zijn opgenomen kan men terugvallen op de statuten van dertien juli negentienhonderd negen en zeventig.
In gevallen waarin dit reglement niet voorziet, beslist het bestuur. In zeer bijzondere gevallen in overleg met de leden.
Dit huishoudelijk reglement is opgemaakt door het St. Anthonius en St. Nicolaasgilde van Groeningen en goedgekeurd door de leden tijdens de ledenvergadering op 12 april 2002.

Namens het bestuur:

Hoofdman: B. Kusters
1e Deken: R. Willems

 

 
Copyright 2004, Theun de Bruijn ^_^b