Home Algemeen Geschiedenis Koningen & Keizers Leden Onderdelen Contact

Spelregels kruisboogkampioenschappen 2010-2011

Tijdens elk van de wedstrijdavonden waarop wordt geschoten krijgt iedere deelnemer de gelegenheid om 24 keer te schieten op 22 kaarten. Men krijgt twee proefkaarten (gemarkeerd met stempel of "p") waarop men ieder twee maal mag schieten. Hiernaast moet men 20 maal schieten op de overige 20 kaarten (1 schot per kaart). Deze 20 schoten tellen mee voor het algemeen klassement. Iedere gekochte serie moet volledig worden geschoten en ook ter beoordeling worden ingeleverd bij de jury. Wanneer dit niet wordt gedaan, zal een score van 120 (20 x 6) geschreven worden. Om aan het eindklassement mee te doen dient men minimaal drie maal een volledige serie van 20 schoten te hebben gelost. Op welke avonden men deze series schiet mag iedereen zelf bepalen. Het is toegestaan om meerdere series op een wedstrijdavond te schieten, maar iedere wedstrijdavond moet wel iedereen de gelegenheid krijgen minimaal 1 serie te schieten. Indien iemand meer dan drie series geschoten heeft, wordt de serie met de laagste score niet meegenomen in het algemeen klassement. Wanneer iemand liever een andere of geen serie weg wil laten strepen, dan moet hij of zij dit aan de wedstrijdjury doorgeven. De kosten voor het schieten van een serie van 22 schoten bedragen € 2,00.

De beoordeling van de scores zal worden gedaan door de wedstrijdjury en eventueel door overige aanwezige schutters. Het is niet toegestaan om eigen kaarten te beoordelen. De wedstrijdjury zal altijd de uiteindelijke score bepalen. Wanneer men begint met schieten krijgt men tegen zojuist genoemde prijs 22 kaarten die men nadien bij de jury ter beoordeling dient in te leveren. Een serie schoten dient, tenzij in overleg met de wedstrijdjury anders bepaald, geschoten te worden op één baan. De schutter mag zelf de baan kiezen waar hij of zij een serie wil schieten. Het is niet verplicht om een volledige serie ineens te schieten, dus men mag tijdens het schieten zoveel pauze's nemen als men wenst. De twee kaarten welke zijn gemarkeerd met een stempel of "P" zijn proefkaarten. De proefschoten mogen gedurende de gehele serie geschoten worden op deze twee gemarkeerde kaarten. De scores hiervan tellen niet mee voor de totaalscore van de geschoten serie. Na een geschoten serie zal de som worden berekend van de 20 schoten op de ongemarkeerde kaarten. Bij twijfel over de score mogen de kaarten slechts door de jury dichtgewreven worden. In geen geval mag dit door de schutter zelf gedaan worden. Indien men naast de kaart schiet mag men telkens dit schot opnieuw lossen totdat de kaart wel binnen het scoreveld wordt geraakt. Voor het gemiddelde tellen alle series die door een schutter zijn geschoten. Indien men meer dan 3 series schiet, mag men ervoor kiezen één serie niet mee laten tellen in het algemeen klassement. Wanneer iemand bijvoorbeeld 5 series heeft geschoten, dan kan deze persoon ervoor kiezen om de hoogste vier series mee te laten tellen in het algemeen klassement. Iedere geschoten serie dient ingeleverd te worden bij de wedstrijdjury. Bij twijfel beslist in alle gevallen de wedstrijdjury.
Iedereen krijgt de gelegenheid te oefenen, tenzij hiertoe geen goede mogelijkheid is in verband met de drukte (te bepalen door de wedstrijdjury). Bij vragen is er uiteraard altijd iemand die van dienst kan zijn. Er is mogelijkheid tot basisinstructie ter plaatse, maar hier hoeft men geen gebruik van te maken. In principe is het de bedoeling dat iedereen zelf zijn of haar kruisboog spant. Indien gewenst kunnen anderen hierbij echter helpen. Veiligheid staat wel voorop, let dus op zorgvuldig gebruik van het materiaal! Wanneer een pijl op de baan blijft liggen of wanneer er problemen met de baan zijn, dan zal het rode licht aangezet worden. Wanneer de rode lamp aanstaat, is het niet toegestaan om te schieten!

We hebben alle deelnemers ingedeeld in een klasse A, B of C. De indeling in deze klassen gebeurt op basis van gemiddelde schietresultaten in het afgelopen jaar (clubkampioenschappen en dorpencompetitie). Schutters met een gemiddelde score van 179,50 en hoger schieten in klasse A, schutters met een gemiddelde score van 170,00 tot 179,50 behoren tot klasse B en schutters met een gemiddelde score lager dan 170,00 behoren tot klasse C. Beginnende schutters (zonder gemiddelde) behoren automatisch tot klasse C. De indeling die gemaakt is, zal gelden voor de gehele clubkampioenschappen en wordt dus niet bijgesteld na elke schietavond. Een overzicht van de gemiddelden voor dit jaar is in te zien op elke schietavond. Na de laatste speelronde zijn er voor iedere klasse geldprijzen te winnen. De beste schutter van de winnaars van de drie klassen is clubkampioen en krijgt een wisselbeker en herinneringsmedaille. Hiernaast is er onder andere een prijs te winnen voor de schutter met het hoogste gemiddelde in het 10+ klassement.

 

 
Copyright 2004, Theun de Bruijn ^_^b